
DEN HAAG – Curaçao en Sint-Maarten willen niet deelnemen aan het Nederlandse onderzoek naar de voor- en nadelen van een andere Europese status binnen de Europese Unie. Aruba werkt daar wel aan mee. Dat blijkt uit een Kamerbrief van staatssecretaris Eric van der Burg van Koninkrijksrelaties.
Het onderzoek vloeit voort uit een motie van GroenLinks-PvdA en D66 over de zogenoemde LGO- en UPG-status van de Caribische delen van het Koninkrijk binnen de Europese Unie.
De huidige autonome landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten hebben binnen de EU de status van Landen en Gebieden Overzee (LGO). Daardoor vallen zij buiten grote delen van Europese wet- en regelgeving en maken zij geen deel uit van de interne Europese markt.
Een status als ultraperifeer gebied (UPG), zoals bijvoorbeeld de Franse Caribische eilanden hebben, zou juist kunnen leiden tot sterkere integratie met de Europese Unie en mogelijk toegang geven tot extra Europese fondsen en programma’s.
Volgens de brief heeft Aruba positief gereageerd op deelname aan het onderzoek, terwijl Curaçao en Sint-Maarten hebben aangegeven daar niet bij betrokken te willen zijn.
Voorstanders van een andere EU-status wijzen op mogelijke economische voordelen, extra subsidies en betere toegang tot Europese programma’s. Tegenstanders vrezen juist meer Europese regelgeving, verlies van beleidsvrijheid en grotere inmenging vanuit Brussel.
Het kabinet meldt dat het onderzoek inmiddels in de afrondende fase zit en nog voor het zomerreces naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. De vertraging ontstond volgens de brief door noodzakelijke afstemming met de betrokken eilanden.




































